11De Grip-methode is er op gericht om daar waar het kan onverwachte gebeurtenissen in te bouwen. Jongeren leren geen vast interactiepatroon, maar leren om signalen van anderen te herkennen en daarop vanuit hun eigen kracht op te reageren. Grip sluit aan bij de kwaliteiten en mogelijkheden van de deelnemers en biedt in afstemming wat voor een deelnemer nodig is. Daarbij is de officiële diagnose niet het startpunt.

Centraal staat telkens de ervaring die deelnemers opdoen. Deze ervaring wordt in een zo veilig mogelijke omgeving opgedaan en vervolgens met de deelnemer besproken en geoefend. Een deelnemer vertelt bijvoorbeeld over een ervaring: “Eigenlijk moet ie me gaan proberen te volgen en toen ging ik lopen en hij ging me ook volgen en toen dacht ik: ’Yes, d’r gaat iets goed’.… Ik was duidelijk, hij volgde ook. Dat was gewoon het succesmomentje.” Een medewerker zegt over de werkwijze: “Vooral in het moment echt kijken wat er gebeurt. Dat is heel belangrijk. Wat gebeurt er en daar op inspelen.” en “Ik probeer echt te kijken van: “Hoe is het? Hoe is de situatie? Wat heb jij nodig? En hoe gaan we dat samen doen?”

Bij de opleiding van de medewerkers staat eveneens de ervaring centraal. Door heel bewust te reflecteren op de eigen ervaringen, net zoals ze dat vervolgens met de deelnemers doen, ervaren de medewerkers de werkwijze aan den lijve. Een medewerker vertelt bijvoorbeeld: “Ik heb in het begin gemerkt dat ik met doelen bezig was of dat ik dacht: ‘Nu wil ik heel graag dat die deelnemer dit of dat gaat doen. Of dat je bepaalde verwachtingen van jezelf hebt, maar dat je daar soms dan zo lang mee bezig bent, dat je helemaal het contact kwijt bent met je deelnemer.”

Het paard neemt niet altijd een belangrijke rol in. Soms is de aanwezigheid van een paard al voldoende. Een begeleider vertelt bijvoorbeeld: “Het (de aanwezigheid van een paard) maakt het allemaal wat ongedwongener. Als ik gewoon met jou ga zitten praten, dan praat ik toch wel ietsje moeilijker, dan met het paard erbij. Soms zie je dat wij na verloop van tijd echt met elkaar aan het praten zijn en dat het paard dan minder belangrijk wordt. Ze is wel aanwezig. Het is fijn dat ze er is, maar het is niet alleen maar het paard. We zijn met elkaar in gesprek.”