7Het sociale karakter van een relatie tussen begeleider en deelnemer is een belangrijk onderdeel van hun contact. Zonder relationele basis van welwillendheid, aandacht, authenticiteit, bewogenheid en geestelijke ruimte kan er niets tot stand worden gebracht. Een deelnemer dient zichzelf gezien, gehoord en erkend te weten om een proces in gang te zetten. Een verbinding met de ander kan tot stand komen als de begeleider daarvoor open staat, nieuwsgierig is naar de ander, met aandacht waarneemt en in contact blijft met zichzelf. De aanwezigheid van het paard is daarbij voldoende. Het paard hoeft er slechts te ‘ zijn’ en de begeleider moet er ‘zijn voor’ de deelnemer4. Dit ‘zijn voor’ wordt ook wel pedagogisch sensitiviteit of pedagogische tact5 genoemd. Het gaat daarmee om een ethiek van omgaan in plaats van een methode of regels. Een paard kan dit van nature, bij mensen wordt deze manier van omgaan vaak versluierd door allerlei belangen en doelen.