19Aansluiten bij de mogelijkheden van de jongere in relatie met het paard en in het moment vraagt van de begeleider:

  1. kennis op het gebied van de mogelijkheden, beperkingen en behoeften van de deelnemer.
  2. kennis op het gebied van de mogelijkheden en behoeften van een paard.
  3. zelfkennis in het kader van overdracht en tegenoverdracht
  4. communicatievaardigheden met mens en met paard
  5. begeleidingsvaardigheden om in samenwerking met deelnemer en paard de gewenste doelen te bereiken.
  6. flexibiliteit en inspelen op wat er gebeurt.